Delen     Populaire blogs     Volgende blog Ľ
Blog maken     Inloggen
_
_
Innerlijke reizen
Een aantal dichterlijke kortverhalen van binnenuit bekeken en beschreven
_
Home__Weblog__Prikbord__Foto's__Links__Gastenboek__Zoeken__Tip__Login
_

Welkom op mijn Weblog


De auteur: 'Schrijven is verblijven' (St Martin de Londres - Frankrijk augustus 2007 - Fotografie: Kamiel)



Mijn Profiel

willemvdf
Ik ben nu offline

• Mijn profiel
• Privť bericht sturen
• Als vriend toevoegen

Toevoegen als weblog vriend






Zoeken in Google
_



CategorieŽn Overzicht




Laatste Weblog artikelen

Hoog
17 juli 2008 10:56

Kadans
11 januari 2008 14:47

Jobbe
07 november 2007 11:15

Jellyfish
01 oktober 2007 11:28




Fotoboeken

Nog geen foto's toegevoegd.






Weblog Vrienden


Nog geen weblog vrienden toegevoegd.



Gastenboek berichten




Watskeburt Op 50plusser.nl

Door jeanneke1 om 18:27
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door joke om 18:27
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jeanneke1 om 18:27
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jeanneke1 om 18:26
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door joke om 18:26
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door jeanneke1 om 18:24
_
Jeanneke1 Online

Door joke om 18:24
_
Nieuwe Reactie geplaatst

Door joke om 18:23
_
Nieuwe Reactie geplaatst





_

Andere artikelen



Jobbe

In deze periode van het jaar gaat toch een groot aantal mensen zo'n beetje op reis in zichzelf... op verkenning naar de grens van leven en sterven. Dat hoeft niet altijd zo 'dramatisch bedroefd' te zijn... het kan ook anders. Zoals blijkt in het volgende verhaal...


Jobbe


Meestal zegt hij 'Job' als hij zich voorstelt, maar dat klinkt zo bijbels en zo ver van alle dag, zo kerks (hij heeft iets tegen plechtig in en rond gewijde tempels en nog meer... maar dat komt later wel ter sprake)... eerst nu heel gewoon...

... van Jobbe die het einde van zijn jaren dichterbij voelt komen...

Zes en tachtig is hij nu.
Dat weet wel iedereen in 't dorp maar wat echt niemand kent... zijn zijn gedachten.

'Slimmigheidjes' noemt hij alles wat een ander niet kan snappen en waarmee hij heel zijn leven grappen heeft bedacht, zo nu en dan een peertje heeft gestoofd, een beentje heeft gelicht met woorden of een zin heeft afgemaakt die niemand wilde horen...

'Och, die Jobbe', hoor je nu en dan de goegemeente fluisteren en ieder gaat zijn weg, bezoekt zijn nicht of glijdt in stilte door de morgen weer naar huis of knijpt een oogje dicht, vooral dan bij zichzelf of bij de pastor die je vraagt hoe diep de Dode Zee wel ligt wanneer je droomt van zoet of zout voorbij de bodem van je dromen...

Jobbe.

Kijk hoe hij daar zit... te peinzen, rekenen en met zijn ogen dicht bijna verschrompeld van de jaren uren lang kan blijven tekenen in zijn gedachten... handen aan het werk kan houden, schaven aan de kist, zijn eigen laatste kist...

Hij weet hoe hij aan 't randje van de afgeschuurde bovenzijde stukjes minimaal verbogen planken kan doen kieren, reetjes wil versieren die hem later - als de tijd er is - een tijdje langer dan voorzien... een beetje zicht kan geven, lucht en licht kan doen bewegen, naar de spleetjes van zijn ogen als hij ligt... wanneer hij eeuwig rust en bijna onderweg zijn laatste grap verrricht.

Hij kent zijn dagen. Vult zijn hoofd en ook zo nu en dan zijn evenwicht wanneer hij 's zondags na de mis op 't hoekje van het plein aan 't proeven is... aan 't nagenieten is van heel zijn leven...

Jobbe.

Het dorp. Het leeft gewoon zijn lente. Kleurt zijn muren een voor een met blad en bloem.

Verlicht de ogen van zovelen die gaan loensen, die gaan glunderen en sieren, onverwachte glinsteringen kunnen provoceren met de lijnen van hun dijen die voorbij marcheren, met hun adem en hun borsten hoog verheven op de randen van het plein en ook zo nu en dan bedreven in verborgen blijven hunkeren en blozen.

Blaadjes voelen kronkelen voorbij de naalden van de onbekende jonge rozen die hun scheutjes doen vermoeden, die hun geurtjes laten zoemen voor de darren in het park...

Voorbij de alledaagse wandel van mevrouw en tussen al die groeten van meneer wanneer hij lonkt naar bloesems, draait het leven in de straten verder rondom rond en hijgt zijn zwijgen.

Kruist de degens, koopt de dekens die er zijn om in een ogenblik van warm geniep genoegen niet meer zo alleen te zijn... getrouwd of half verloofd zo nu en dan... want... liefde moet vol hartstocht zijn...

... en blijven... even toch... en niet opvallend kronkelend voorbij de lijnen...


Denkt het dorp. Verbeeldt de pastor zich wanneer hij preekt en vooral zwijgt, wanneer hij kijkt en zelden ziet wat er gebeurt...

Hij droomt van honing, leidt zijn kudde met een grijns die vriendschap lijkt. Hij bidt zijn glorie, zoekt bekoring om heel sterk te kunnen zijn.

En als de tijd voorbij zijn leven schrijdt, dan bouwt de kerk zijn heuvel hoog, verbreedt zijn treden, beiert met zijn klokkenspel en draait zijn haan om beurten...

Wijst de naam... vergrijst zijn adem...

'Jobbe...'


--------------------


'Jobbe is niet meer...'

Hij heeft zijn spullen en gedachten in een doos van niet-meer-horen weggesloten. Ligt gebaard en vederlicht geplooid gekluisterd onverstoord te wachten op de woorden van de pastor die nog even met zijn handen langs zijn slapen wrijft met olie, onbekende letters kruisigt...

... hoort hij...


Zie en stel je voor hoe door de kieren van zijn doodskist stukjes spiegels zijn geboord... alsof zijn ziel wat langer dan een mens gewoon is... mee wil kijken, neer wil strijken in de ruimte rondom rond...

... aanvankelijk nog aarzelend... de strepen van zijn oude mond verbleekt en beeldig scherp gestreken... handen vol met rimpels op zijn buik gelegd, zijn schouder helemaal vergeten weggezakt, zijn knieën haveloos gekromd... zijn hoofd, zijn kin... zijn neus... zijn leven... weggedrukt...

Hij lijkt, hij ligt, hij wacht... hij luistert...

... voelt het donker... ruikt het duister dat hem kleeft...

En als het deksel dat hem siert met koper hoekig vastgeklemd met spijkers die hij eerder heeft gesmeed gemeten dreunend knarsen langs de rand van hout... en langs zijn lichaam en zijn lijf heeft vastgestouwd...

... dan weet hij, ziet zijn ziel contouren... schemer.... kieren.... spleten door het hout... en langs zijn mond begint een plooi te schrijnen, lijnen van genoegen...

... rimpels rond zijn wimpers die verbaasd gaan tintelen, ... gaan kijken... ruimte gaan bestrijken... beelden gaan bespieden... mensen, ogen, handen, woorden, zuchten van geadem...


... schouders die hem dragen... schurend kriepen van de bodem als de kist wordt neergezet op scheefgerekte schragen... geur van wierook, aandacht voor zijn dode lichaam in het midden met een kaars aan elke hoek, een vleug muziek, het kreukelen van zwarte doek...

... ik ben er nog... nog eventjes...


------------------


De kerk. Hij moet... hij zoekt...

Ik zie... de damp van schijnsel priemen door het raam... het lijkt wel rond gebogen bovenaan... met blauw en purper zwaar omrand met lood...

... de felheid wordt verdoezeld door heel donker rood en... ja, voorbij de randen van de muur een veeg van zwart berookt gordijn... ik wil... ik kan niet naar beneden kijken, turen dor de spleet die me bevangt... ik wil mijn ogen rekken, blikken sturen naar 't gezang dat ik hoor zuigen als een pijp van orgels... laag gestemd en hoog gegrepen-fel wanneer die vrouw gaat zingen wat ze kan.. ze kan... het is de nonnenstem van Josefien... die met haar kleuren op haar wang als ze gaat dansen...


...'Luister, hoe de Engel kwam'...

Dat kan geen mens ooit lokken naar de hemel, denkt hij... hoort hij als de mensen op de rijen stoelen gaan verdraaien met de poten die gaan schuifelen en krassen op de vloer...

'Beminde mensen', galmt het zwakjes in zijn hoofd, 'het is vandaag een zwarte dag en als we straks...'

Hij wentelt met de vleugels in zijn oren, drukt zijn hoofd en ook zijn haren overhoop want hij wil zien wat er gebeurt... en wie er luistert naar de woorden... wie er moeite heeft gedaan om hier te komen...

... wentelt... draait en keert zijn ziel voorbij de tijd... alsof een knop minutenlang kan zorgen dat hij niets meer hoort... geen prevelen van woorden, murmel van gebeden die zijn ziel verstoort, geen reutel van de pastor die niet weet of wikt wat hij gaat zeggen,...

Kijken wil hij, zien...

'En dus, mijn beste mensen, gaan we allen voor de keer die ons nog rest Jacobus Pilsen even groeten, bij zijn kist... zijn laatste reis...'

Hij hoort weer krassen van veel stoelen, schuifel van de eerste voeten die gaan drummen op een rij... hijzelf... hij ligt nog even stil, nog even rustig, bleek maar zielewakker...

Wie komt er voorbij...?

En dan...
de offergang vertraagt de tijd...

Hij ziet contouren...
kleuren die de mensen dragen rond hun hoofd... een vrouw... ze floerst een vage waas van schedelruimte - wittig-blauw - en even grijs beweegt een schijn van vingerdikke golfjes langs de lijnen, heuveltjes van rood en bleek oranje glijden, willen lijnen laten schijnen in een vorm van hoofd en drukkend bleke schedeldak dat steil gebogen en getooid met zwarte doek zoals het hoort gaat wegen als ze buigt, de vrouw...

... hij hoort het 'tinkelen' van munten die ze gooit in 't schaaltje
- klang! - en vol geluid dat hij nooit eerder heeft gehoord... met echo van cimbaal op zoek naar echo van bazuin...

Heel even lijkt hij purper te ontwaren in het midden van zijn eigen voorhoofd, heeft de vlek de neiging om in gulpen van beweging zich te mengen met de spikkels van haar zwarte ogen...

... drukt verbazing naar omhoog, doorheen de kassen van zijn kaken, hoog... nog hoger... weggeplooid verdwijnt de kleur en voegt zich in de schaduw... weg... de vrouw...

Als koud en klam voelt hij zijn blik verwijden, staren wil hij, duidelijker zien wat hij zo lang geleden niet kon grijpen...

... tastend voelen...


Man.
Een man komt zoekend dichterbij...

Hij voelt de band die hem gekluisterd houdt terwijl het grijze van zijn haren zich verspreidt, zijn adem doet verglijden... is hij dan / ben ik...

... wie is / wie blijft...


Hoe kan ik weten wat er was

Wie kan begrijpen dat een glas van nevel
geur verspreidt
herinnering doet tasten in de leegte

Heb je ooit gevochten in de klas
van toen...?


De man verdwijnt uit beeld...
En in de hoeken van zijn ogen ziet hij duister, donkergrijs en holte in zijn hoofd dat ruiselt, ruimte zoekt en volheid van dimensie...

... kruipen langs zijn ingewanden doet hij, laag voorbij zijn koude voeten, voelen hoe zijn rug zich zijdelings wil keren, slapen als een kind...

... en als een kramp zijn schouder wil gaan pijnigen, zijn hand - zijn rechterhand - zijn vingers wil bewegen in een poging om...

... dan...
... stuwt zijn blik weer helder naar de reten van de kist...

... hij ziet weer... weet weer hoe de mensen rond het zwart van katafalk hun ronde maken, woorden zuchten, even wachten...

... leeg of overvol van denken... kruisjes maken met hun hand...

... een vrouw, een afegleefde tante... mensen die hij kent, een vriend... van ver... gegroet...
... ik wil...

Hij moet... hij moet nog...


Heel gewoon en toch niet helemaal verwacht begint er licht te schijnen, kleuren krijgen vormen...
... klanken hun geluid...

Nog even... toch... probeert hij wat hij voelt niet helemaal te weten... stuurt gedachten, drukt zijn knieën, strekt zijn lippen...

... strijkt zijn hoofd in plooien die hijn kent...

... zijn kind... van toen...

Hij schoudert stug zijn nek voorbij de pezen van zijn achterhoofd,
probeert de pijn te grijpen die zich onverhoeds voorbij zijn schedel recht naar binnen boort, nog dichter als een rad van stangen draaiend, schurend, bijterig het ritme van zijn hart verstoort...

... hij ziet...

... hoe... eerst nog valig grijs en blekend blauw een straal van flinterdunne slierten hemels roze-rood oranje-geel zich mengt en niet verwacht en toch bekend gevoel van warm en vurig purper zich verspreidt in vlekken, felle vlakken, schuivend uitgerekte takken zich gaan richten naar een gat van licht dat met een glinster van vervoering banen trekt, de weg wil wijzen...


... Kom dan...

Ga dan...

Schuifel met je voeten...

Breek je aarzeling...


Verfijn



Hij kan niet doen wat hij niet weet.

Hij is een man die nooit geleerd heeft klein te krijgen wie hij is.

Hij kan niet lossen wat hij heeft en wil begrijpen wat er leeft in zijn gedachten, wil gaan tasten in zijn dode lichaam, grijpen met zijn kromgetrokken lege vingers en zijn handen willen graaien naar de dingen die hij nooit gekregen heeft, niet meer kan houden...


Houden van is blijven wie je bent

mijn kind...

... ik mis mijn kind van toen!...


En als hij toch weer door de spleet van zelfgebouwde trukendoos het licht wil zien dat hij begeert... dan ziet hij...

... hoe een gloed van eigenbeeld, met handen van verwondering en lijnen van een kind van zeven... stilstaat voor het deksel van de kist...

Zijn ogen kijken groot en gretig, blijven met de glans van zeker
even rusten op het koper van zijn kruis...

... en als zijn wangen en zijn voorhoofd heel gewoontjes even buigen, even blozen vol geruis van stille glimlach...


Dag mijn lieve man


...
dan weet hij, ziet hij, lispelt heel zijn wezen dat hij snapt en dat hij alles kan... ... vergeven en verlaten...

leven... oud zijn... dood...


Hi ziet weer in het woud van zijn gedachten,
schuift zijn enkels naar de rand, verbreedt zijn heupen, drukt zijn armen langst de kant en met een glimlach in zijn laatste volle lippen en een zucht van grinnik spoelt hij adem door zijn longen, laatste adem...

... kraakt als speling van het lot verrassing door het koor van kerk en pastor...

... spoelt zich door de grens van dood naar
helemaal verlost...


'In Paradisum deducant te angeli'


De kist, omzichtig weggedragen, rust op schouders, schuurt wat later over klei en laat zich dekken door wat zand.

De heuvel wacht verlaten op Marie, Alberta, Josefien, Katrijn,
op Karel en Samira, ...

... Joost-weet-wie...

op Jan-en-alleman.



En Jobbe...
... weet...

... wanneer je sterft dan zie je, lach je, speelt je kind of man de rol als in een feesttoneel waar - stel je voor - weer alles kan.



---------------

Uit de bundel: 'Gestelde Lichamen'
Onlangs ook opgenomen in 'Krant en Klaar' - oktober 2007

Wim Haazen




Geplaatst op 07 november 2007 11:15 en 632 keer bekeken



Deel dit artikel via:





_
R
eacties van leden


Je reactie
Naam   Gast
Reactie   
  _
Captcha_Beveiligingsvraag

Welk dier is dit?
_





_
Geart  
11 nov 2007 18:09
Hallo ik kwam toevallig langs en heb wat tekst gelezen, ben niet echt een kenner het spreekt mij niet echt aan. Ik ben gelovig en dan dergelijke tekst vind het eerder geen respect voor de dode, ja laat ik dat er maar van maken. Zomaar een opwelling misschien zit er wel helemaal naast wie weet!

Geart

Anke  
16 jan 2008 23:40
Geen respect voor de dode? Als je iemand zo volgen kan in het mysterieuze gebied op de grens van dood naar helemaal verlost? De dode is een abstractie. Dit was Job en aan Job is letterlijk de laatste eer bewezen. Indrukwekkend en menselijk.
Anke
_